«

»

Identificatie van soorten via weefsels en uitwerpselen

Traditioneel onderzoek naar de aanwezigheid van muizen bestaat uit het plaatsen van inloopvallen (live-traps). Een nadeel van inloopvallen is dat de dieren hierin, o.a. door stess,  kunnen sterven. Een andere detectiemethode is het uitpluizen van uilenballen op de aanwezigheid van schedels van de doelsoorten. Beide methoden zijn niet erg betrouwbaar. Bijna alle kennis omtrent de verspreiding van muizen in Nederland berust tot nu op deze twee methodes.

Uitwerpselen worden echter wel vaak aangetroffen, maar aan de vorm en kleur van de uitwerpselen kan niet afgeleid worden om welke muizensoort het gaat. Vooral woelmuisachtigen zijn lastig van elkaar te scheiden op basis van morfologie van de uitwerpselen

De ontwikkelde methode van Sylphium molecular ecology is instaat om op basis van DNA in de uitwerpselen de muizenpopulatie in een gebied in kaart te brengen. Inmiddels zijn er markers ontwikkeld voor de noordse woelmuis, waterspitsmuis en veldspitsmuis. Deze drie muizen kunnen simultaan of apart in één (meng)monster aangetoond worden.

Werkwijze

Het ecologisch adviesbureau verzameld uitwerpselen in een bepaald (deel)gebied. Van deze uitwerpselen kan per (deel) gebied een  mengmonster worden gemaakt. Deze monsters worden vervolgens via de reguliere post verzonden naar Sylphium molecular ecology. In het laboratorium wordt het DNA uit deze uitwerpselen geïsoleerd en geanalyseerd op de aanwezigheid van DNA van de betreffende doelsoorten.  Na de analyse wordt een rapport met resultaten digitaal verzonden naar het ecologisch adviesbureau. In dit rapport wordt vermeld welke monsters positief, dan wel negatief waren voor de doelsoort(en).  Wordt er DNA aangetroffen van de doelsoort, dan was ten minste één van de keutels in het monster afkomstig van de doelsoort.

Weefsel onderzoek

vlobeestDe identificatie van soorten kan erg lastig zijn, door kleine details die een groot verschil kunnen maken in het bepalen van de soortnaam. Het behoeft een uitgebreide kennis, welke niet altijd aanwezig is. Wij zijn instaat om met 100% zekerheid de familie en soortnaam van onbekende organismen te bepalen m.b.v de eDNA technologie. Eveneens  biedt de DNA technologie van Sylphium de mogelijkheid om op basis van slechts weefseldelen van organismen (botten, veren, etc.), de identiteit van het organisme vast te stelllen.